Nieuwmarkt 5-H.
Zaterdags van 5 tot 8 is dit ´the place to be´.
Martha Luz, mijn vrouw, en ik komen hier al jaren. Voor de live jazzmuziek, maar vooral ook om de bijzondere sfeer die er hangt. Die voor een groot deel wordt bepaald door de bijzondere mensen die er komen. Heel diverse mensen: muziekliefhebbers, kunstenaars, buurtbewoners, mensen die in de rosse buurt hebben gewerkt, mensen van Surinaamse afkomst, oud-klanten, en iedereen die nog een beetje de sfeer van vroeger wil proeven.
Want dit is een bar met een verleden. Zo’n tien jaar geleden kon je hier nog klanten van het eerste uur tegenkomen. Zoals Jetty Wagenaar, een ‘grand lady’ van het uitgaansleven van de jaren ’60. En Eddy Faithfull, die vroeger zijn eigen café had, maar ook jaren achter de bar van de Cotton Club heeft gestaan.
Het roemruchte verleden is hier alom aanwezig. De eigenaars proberen dan ook zo weinig mogelijk aan het interieur te veranderen. De vele foto’s aan de wand, die onlangs wel nettere lijstjes hebben gekregen, het beschilderde plafond – je kunt het mooi of lelijk vinden, maar er wordt gezegd dat het Cobra is – en de stukgeschoten, beschilderde ruiten en spiegels.
Ook al zo’n wonderlijke verzameling, die spiegels. Met afbeeldingen van de Waag – hier recht tegenover – van de oprichters, Frits en Alida Smit, maar ook bijvoorbeeld van het Amerikaanse vrijheidsbeeld en van een zwarte vrouw met mand op haar hoofd, refererend aan het koloniale verleden.
Toen dochter Annie begin jaren ’50 Cafe Smit van haar ouders overnam, doopte ze het om in de Cotton Club. Naar haar vriend Theodorus Kantoor, een trompettist van Surinaamse afkomst, die onder de klinkende naam Teddy Cotton – Nederlandse namen deden het niet zo goed – met Kid Dynamite optrad in Casablanca op de Zeedijk. Een beroemde jazztempel in die tijd.
Evenals Casablanca, maakte de Cotton Club naam toen de in Duitsland gelegerde zwarte Amerikaanse militairen naar Amsterdam toekwamen. Zij namen jazzplaten voor de jukebox mee. Jazz en marihuana trokken progressieve jongeren en artistiekelingen naar het café – zoals Remco Campert, Ramses Shaffy, Adèle Bloemendaal en Aat Veldhoen.
Veel bezoekers ook waren van Surinaamse afkomst. Veel alleenstaande mannen, die elkaar graag opzochten in het uitgaansleven. En zich aangetrokken voelden tot de blanke meisjes die er kwamen dansen en vise versa. Zo werd dit een van de eerste Amsterdamse café’s waar blank en zwart elkaar ontmoetten.
De Cotton Club is een echt familiebedrijf. Het wordt nu gerund door de kleindochter van de oprichters, Marion Lewis, en haar dochter Dewi. En toen ik laatst kwam vragen of we langs mochten komen met het LKCA, stond een van Marions kleinzonen achter de bar.
Zoals gezegd: van 5 tot 8 is dit ´the place to be´. Dan moet je, vooral in de wintermaanden, dringen om de muziek goed te kunnen zien.
Het is hier soms net een film. De gemiddelde leeftijd is hoog. Maar de bezoekers hebben over het algemeen een heel jeugdige uitstraling en dat is prachtig om te zien. Aan de wand zit steevast een rijtje oudere mannen, die met een twinkeling in de ogen aandachtig de verrichtingen van de muzikanten volgen. En als de muziek opzwepender wordt, waagt ook een groepje meisjesachtige dames een dansje.
Lees ook mijn artikelen in
Ons Amsterdam: